Geschiedenis

Turmac Voetbal Vereniging

Er was al veel gepraat over voetbal. Jan Bos vond dat er nu maar eens iets moest gebeuren en hij wist dat er bij Drukkerij Rebers een medewerker rond liep die wel wat van voetballen afwist. Spoedig hadden deze twee elkaar gevonden en de oprichting was een feit.

Op 20 november 1925 was de eerste bestuursvergadering. De heren Orth, Rebers, Cuppens en Fontein stelden de contributie vast op 10 cent per week. De statuten en reglementen werden samengesteld. De heer J.Bos werd verantwoordelijk gesteld voor het voetbalmateriaal.

Er werd een terrein aan de Arnhemseweg gehuurd dat dienst deed als voetbalveld. Van een boer tegenover het veld werd de schuur afgehuurd die dienst deed als kleedkamer. De eerste wedstrijd was een vriendschappelijke wedstrijd, uit tegen DVC in Didam.

Al snel bleek dat het terrein niet voldeed aan de eisen en werd een terrein aan de Buitenmolen gehuurd. De vereniging sloot zich aan bij de Arnhemse Voetbalbond en werd ingedeeld in de derde klasse A. Na wat potjes voetbal, die door enorme regenbuien werden verpest, kwamen de eerste successen. Er werden overwinningen behaald tegen Rheden (4-0) en Gelria (3-2). Verlies was er tegen Vitesse.

De andere noodzakelijke zaken werden echter niet vergeten. "Laten wij allen bedenken dat deze club onze club is en dus allen als goede leden behoren te zorgen, dat er gewonnen wordt, dat het kleedlokaal, het terrein, kortom alles er tip-top uitziet dat zal zeker den naam Turmac en indirect ons ten goede komen" aldus een citaat uit de oude archiefstukken.

En toen gebeurde waar niemand mee had gerekend; TVV werd kampioen van de derde klasse A. Het seizoen daaropvolgend (1927-1928) zou een bijzonder succesvol jaar worden.

Eerst verlangde men van de bond om direct toegelaten te worden in de eerste klasse. Men nam geen genoegen met de tweede klasse. Uiteraard kon de bond dit verzoek niet inwilligen. Tijdens het seizoen werd aangetoond dat de bond ongelijk had. Alle wedstrijden werden gewonnen en promotie naar de eerste klasse afdeling Arnhem volgde. In dat zelfde jaar werd ook een tweede elftal opgericht.

De Turmac had een vaste greep op de voetbalvereniging. Dit kwam vooral door de financiële bijdragen die werden gedaan waardoor de vereniging bijna al haar wensen in vervulling zag gaan. Directeur Gesdorf werd dan ook beschreven als "de sympathieke adviseur van de vereniging". De leden werden dan ook gesommeerd "die sympathie steeds waard te blijven, op dat wij ook in de toekomst steeds op zijn onmisbare steun kunnen rekenen".

De relatie met de Turmac blijkt ook uit de vergadering van 9 oktober 1929 bij de goedkeuring van de statuten en huishoudelijk reglement. Hierin was opgenomen "het bestuur heeft het recht boeten te heffen voor overtredingen tegen het huishoudelijke reglement of voor gevallen ter harer beslissing, een vergoeding voor schade aangebracht aan de eigendommen der vereniging. Zij heeft het recht zulks in overleg met de directie van de Turmac bij wanbetaling deze gelden van de lonen te laten inhouden".

In het seizoen 1929/1930 behaalde het eerste elftal het kampioenschap van de eerste klasse C. In dat seizoen behaalde ook het tweede elftal goede resultaten. Het eerste promoveerde naar de vierde klasse van de K.N.V.B.

Op 2 augustus 1931 werd het terrein bij de Breuly in gebruik genomen. De openingswedstrijd werd gespeeld tegen de voetbalvereniging van de Turmac uit Amsterdam.

Maar in dat jaar moest er ook bezuinigd worden, per fiets moest men in het vervolg naar de uitwedstrijden en niet meer per Turmac-bus. Verder moest de kleding op tijd hersteld worden en moest men zuiniger met de ballen omgaan.

image

De vlag van TVV , deze is nog steeds in goede conditie. Dit "vaandel" is ooit aangeboden door de Turmac bij het behalen van een kampioenschap.

De oorlogsjaren

In het clubblad van die tijd, de TVV-Post, werd melding gemaakt van de leden die in de oorlog waren gevallen. Het voetballen stond op een zeer laag pitje, de mensen hadden wel wat anders aan hun hoofd dan voetbal. Zoals zien hoe er brood op de plank kwam, en hoe je uit handen van de Duitsers kon blijven.

Pas na de oorlog kwam er weer wat (voetbal-) leven in de brouwerij al was dat voorlopig met drie elftallen.

image

Een elftal uit de oorlogsjaren.
Staand v.l.n.r.; Frans Fonteyn, Teun Geurds, Herman Geurds, Theo Geurds, Henny Stevens, Cor Fonteyn en Jan Koppelaar
Knielend v.l.n.r.; Hendrik Dellepoort, Joep Optenoordt, Bernard Polman, Cor Jorissen en Henk v.d. Lest

TVV wordt DCS

In 1948 was het jaar waarin de ingrijpende beslissing werd genomen om de neutrale vereniging TVV over te laten gaan in de Rooms-Katholieke vereniging DCS.

Dit gebeurde in combinatie met de oprichting van een R.K. Sportcentrale met een apart hoofdbestuur en als doelstelling hieronder zoveel mogelijk sporten samen te brengen en te komen tot 1 grote voetbalvereniging die de gehele gemeente zou omvatten.

Met name het eerste besluit heeft heel wat deining veroorzaakt. Het episcopaat had de wens dat verenigingen die voor het grootste gedeelte bestonden uit katholieken om te vormen tot officiële R.K.-verenigingen. Dit betekende dat de verenigingen het predikaat 'R.K.' zouden voeren en er een geestelijk adviseur moest worden benoemd.

In de extra bijeengeroepen ledenvergadering werd dit voorstel, met een kleine meerderheid, in eerste instantie verworpen. In de daarop volgende weken waren de discussies over dit onderwerp niet van de lucht. Lidmaatschappen werden opgezegd en er werd een nieuwe ledenvergadering belegd. Waarschijnlijk hebben persoonlijke belangen als wie wel en niet lid zouden blijven een grote stempel op de stemming gezet want nu werd het voorstel met een grote meerderheid aangenomen.

Diverse leden voelden zich op hun ziel getrapt en bedankten dan ook voor een verder lidmaatschap. Bovendien trok de Turmac zich terug omdat zij geen binding wilde met een vereniging op confessionele grondslag. Er moest dus ook een andere naam gezocht worden en dit werd dus DCS, Door Combinatie Sterk. Het idee voor deze naam komt van mevrouw Damen.

De plannen om te komen tot een 'R.K. Sportcentrale' kwamen nooit van de grond. De bestaande atletiekvereniging en de gymclub werden benaderd en die zagen het nog wel zitten. Verder opereerde er nog wel een dameshandbal- en korfbalafdeling onder de naam DCS, maar van het samengaan van andere voetbalclubs, zoals OBW en Sevenaar (het latere SDZZ), is niets terecht gekomen. Om over Babberich maar helemaal te zwijgen.

De damesteams hebben nog enkele jaren behoorlijk gedraaid maar omdat o.a. een aantal voetballers 'beslag' had weten te leggen op een aantal vrouwelijke leden van de club was het snel gedaan met deze jong loot.

De naam DCS is blijven bestaan en heeft nu een heel eigen inhoud gekregen.


image

1e elftal 1938
Staande v.l.n.r. Henk Masen, Ab Hendriks, Piet Fleskes, Wim Vermeulen, Jan Geurds, Herman Zweers, Gerrit Jansen, Karel Pes, Wieke Rosenberg en de scheidsrechter
Knielend v.l.n.r. Gerrit Mijerink, Wim Jacobs en Ad Barij.

Een nieuwe naam, en verder...

Het was even wennen, 'R.K. Sportvereniging DCS'.

Geestelijk adviseur Vossen schreef in die tijd in de eerste DCS-post: "We hebben ons katholiek georganiseerd, niet om ergens tegen te zijn, maar om ons katholiek zijn beter te kunnen beleven. De dodende neutraliteit die de bloei van iedere vereniging tegenhoud en voor katholieke bovendien schadelijk is, willen wij uit onze kringen weren." Daar kon je het mee doen ! In 1953 werd dat nog eens nadrukkelijk vast gelegd in de statuten. Niet-katholieken mochten wel spelen maar hadden geen stemrecht en mochten geen bestuursfuncties bekleden.

De naoorlogse jaren werden beheerst door een ontevreden gevoel om eerst de meest prominente vereniging uit de Liemers te zijn geweest en nu genoegen te moeten nemen met een plaats tussen de grauwe massa van vierdeklassers.

Intussen werd een nieuwe locatie gevonden bij Café de Buitenmolen aan de Molenstraat. Bijna elk jaar zat promotie naar de derde klasse erin. Tussen 1946 en 1953 werd slechts eenmaal het kampioenschap behaald. Voor promotie moesten er echter promotiewedstrijden worden gespeeld, en dat was te veel van het goede.

In 1953 werd eindelijk weer een eerste plaats behaald, echter de promotiewedstrijden tegen Worth Rheden brachten niet het gewenste resultaat. In 1954 werd DCS zelfs ongeslagen kampioen waarna promotiewedstrijden tegen Zutphania volgeden. De uitwedstrijd eindigde zoals die begonnen was (0-0). Maar thuis werd voor 3.500 (!) toeschouwers met 0-1 verloren. En dat na 89 goals in 22 wedstrijden.

Dan maar in 1955? Door een reorganisatie bij de KNVB waren er geen promotiewedstrijden voor de kampioenen. DCS werd echter voor de verandering in dat jaar tweede. Weer niets.

In 1956 volgde opnieuw een kampioenschap waarna promotiewedstrijden volgden tegen MVR, DIO en Jonge Kracht. Een 'nacompetitie' voor twee plaatsen in de derde klasse. Zelfs nummer drie kon met een beslissingswedstrijd nog promoveren.

Na 7 punten uit 4 wedstrijden ging het nog bijna mis door thuis te verliezen van DIO. Maar in 's-Heerenberg werd promotie gehaald door met 0-3 te winnen van MVR. In 1957 werd nog een derde plaats behaald, maar daarna draaide DCS als middenmoter mee in de derde klasse C. Die derde klasse zijn we trouw gebleven tot eind jaren zeventig. Er is toen regelmatig 'heen en weer' gependeld tussen de derde en tweede klasse.

In 2001 was er promotie naar de eerste klasse, om dat jaar erop weer te degraderen. Maar in 2003 volgde opnieuw promotie naar de eerste klasse, gevolgd door teruggang naar de tweede klasse. In 2006 een onverwachte degradatie naar de derde klasse waar DCS nu nog speelt.


image

1e elftal 1960
v.l.n.r. Jan Arends, Jan Kelderman, Jan Fontein, Frans Gerrits, Geert ter Bogt, Bennie Hulkenberg, Hennie Geurds, Henk Peters, Harrie Tiemissen, Ben Knippenborg en Nol Berendsen.

Jeugd

De jeugd is altijd zeer belangrijk geweest bij DCS. Door een goede jeugdopleiding wordt getracht een goede doorstroming van eigen spelers naar het eerste elftal te krijgen.

In de dertiger jaren was er al sprake van jeugdvoetbal binnen DCS. Het beperkte zich tot een of twee elftallen, die dan nog aangeduid worden als 'aspiranten' en voetballen als TVV 5 en TVV 6. In 1948, toen TVV was omgedoopt tot DCS, telt de vereniging 2 juniorenteams; A en B. Op de Buitenmolen werd een tweede veld aangelegd t.b.v. de jeugd en kwam er ook een C-elftal.

In 1954 was de eerste jeugdkampioen daar: de B werd kampioen. In 1955 kwam er ook een D-elftal. De allerjongsten moesten zich nog vermaken met het spelen van vriendschappelijke wedstrijden.

De B- en C-teams werden in 1956 beiden kampioen. Het jaar daarop volgden de A- en de D-teams. Het A-elftal stoomde door naar de Hoofdklasse waar werd gespeeld tegen gerenommeerde clubs met namen die nu nog tot de verbeelding spreken. Zo kon men in die tijd op de Buitenmolen kijken naar jeugdspelers als Epi Drost, Theo Pahlplatz en Henk (Charly) Bosveld.

Grote animator in die tijd was 'meneer De Wit'. Het A-elftal werd in 1961 kampioen in de geselecteerde hoofdklasse, een fantastische prestatie. Dit niveau vast houden was echter niet mogelijk.

Door de explosieve bevolkingsaanwas groeide de jeugd van DCS. Het A-elftal van 1965 kende in de competitie maar 1 tegenstander van formaat en dat was DVC uit Didam. Beide ploegen hadden geen kind aan de overige tegenstanders. Beiden wonnen de onderlinge thuiswedstrijden, zodat een beslissingswedstrijd nodig was voor het kampioenschap en promotie naar de hoofdklasse. In een spannende strijd won DCS met 3-2, na halverwege nog met 2-1 achter te hebben gestaan

Ook in de hoofdklasse ondervond DCS geen tegenstand en al 5 wedstrijden voor het eind van de competitie was men kampioen. De missie 'de weg terug' kwam nu in haar moeilijkste fase. Om weer in de interregionale klasse te komen moest men eerst kampioen van Gelderland worden. Dit gebeurde door de jeugd van AGOVV met 6-3 en 2-1 te verslaan.

De volgende horde was een toernooi in Zutphen waar 5 teams aan deelnamen en waarvan er twee zouden promoveren. Na een gelijkspel (1-1) tegen Heracles en twee overwinningen tegen Germania (5-0) en Vitesse (1-0), was de laatste wedstrijd tegen PEC Zwolle niet meer van belang. In dat zelfde jaar werden ook de B1 en de C1 kampioen!

De 'jeugdselectie' wist presteren op dit niveau vol te houden tot 1970 maar moest het toen toch afleggen tegen gerenomeerde tegenstanders als Heracles, PEC Zwolle, De Graafschap, Vitesse etc. Het duurde weer tot 1975 voor er weer een lichting spelers klaar stonden die deze prestaties konden evenaren.

Nu voetbalt de jeugd van DCS op een gemiddeld niveau, maar wie weet..........

Meer over de geschiedenis van DCS is te lezen in het jubileum boek 'Zestig jaar voetbal in Zevenaar', samengesteld door Jot Akkermans, Wim Bless, Willem Elshof, Ab Hendriks en Ben Knippenborg. Dit boekwerk is nog steeds te koop bij Rebers Boek en Kantoor.

image

De 'keien' van 1965
Staand v.l.n.r. Jan van Voorst, Jan Barten, Bert Corver, Wiet Geurds, Frits Hoeben, Jan van Onna, Jan Boerboom en Theo de Wit (leider).
Knielend v.l.n.r. Wim Boerboom, Henk Elshof, Willy de Jager, Tonny Elshof en Frank Deenen.

Ga terug naar de vorige pagina Scroll naar boven